De Ridders van de Großarler Ache

4e KEUS

 

Dit had een reisverslag van een IJslandse visvakantie met een grote groep vissers kunnen zijn ware het niet dat het vliegvissen de laatste jaren daar aardig in de lift zit. En daarmee ook de prijzen. Het had het reisverslag van een kleinere groep naar het alternatief Schetland kunnen zijn. Ware het niet dat het Corona virus het reizen ernaar toe niet, een tijdje wel en ten tijde van het geplande vertrek toch weer niet toestond. Ook een verslag van een groepje vliegvissers uitwijkend naar het Grand Massif in Frankrijk is het niet geworden. Het virus kleurde de gebieden eromheen op de kaart een week voor vertrek steeds roder.

Het is uiteindelijk een verslag van een trio vliegvissers, René, Tjong en Mischa die de Großarler Ache in Hüttschlag Oostenrijk bezochten voor een korte week begin September 2020. Deze keus werd uiteindelijk ingegeven door tijdgebrek en een wereld die door het virus kleiner werd qua mogelijkheden. Oh ja, en door een visreis verslag dat ik had gelezen op de website van A&M. De boeking was vlug gemaakt, de weersvoorspelling zeker niet bijzonder gunstig. De heenreis verliep voorspoedig. Ondanks Corona maatregelen en een klein omweggetje vanuit Amsterdam via Antwerpen om René op te pikken.

 

Corona Maatregelen Belgie augustus 2020
Reizen anno 2020

 

1e INDRUKKEN

 

Huttschlag
De bestemming

 

Eenmaal aangekomen in het dorpje Hüttschlag bleek bij het inchecken de ontvangst, het Landhotel Almrösl en omgeving boven verwachting. Net als de waterstand in de beek. Bij inrijden van het dal hadden we die al even bekeken. De beek leek niet echt op wat ik me qua foto's van internet herinnerde. Het "genormaliseerde" en rechtgetrokken karakter van de stukjes die we hadden gezien leken in strijd met wat een vliegvisser verwacht. Na het inchecken bij de lobby van het Landhotel Almrösl vervoegden we ons naar een nabijgelegen appartementengebouw met daarin onze kamers. Bij het uitladen van onze bagage sprak ik op de parkeerplaats vriendelijk een Duitstalige vliegvisser aan. Hij had zichtbaar net een natte en lange visdag achter zich. Mijn vraag naar zijn succes leverde een kort en korzelig antwoord op. Het klonk als dat er helemaal geen vis zat. Ik wist niet zeker of ik het goed verstaan had. Mijn Duits was ooit best goed maar in de stromende regen en luisterend naar iemands wegbenende rug lijkt het toch minder geworden.

 

De kamer bleek erg ruim, maar dat was het niet waarom ik me een beetje klein voelde. Eerst maar even de kamer wat beetje huiselijker ingericht. Dus de koffer opengetrokken en in een hoek geschoven waar je toch niet komt, kleren in de kast gegooid, hengels op bed, vliegendozen, reels op de tafel, waadpak en schepnet aan de kapstok. Man op visreis en alleen op eigen kamer, van dat werk.

 

Huttschlag
Da's apart, uitzicht vanaf je balkon op je hotel. Dat beige gebouw aan einde van de weg

 

Later in het restaurant achter een glas en een bord werden we door de waard Franz Zraunig wat bij-gebriefd. Het bleek dat vissen in het dal vanwege de waterstand in de beek de eerste dagen niet mogelijk zou zijn. Hogerop in de vallei ontspringt de beek uit de Ötzlsee. Het meertje zelf en het eerste stuk van de beek zou wel bevisbaar zijn. Om comfortabel gemotoriseerd tot kort bij het meertje te geraken kregen we een slagboomsleutel en gelamineerde goedvolk verklaring op A4 formaat voor achter de voorruit. De controle in het dal is sociaal ingeregeld. Ons werd op het hart gedrukt niet op bemaaibaar gras te rijden of te parkeren. De (parkeer)bewegingen van Vliegvissers worden gemonitord en zonodig doorgebeld naar de waard omdat hij immers de enige is die voor het dal de vergunningen mag uitgeven.

 

VISSEN!

 

De volgende morgen reden we de weg omhoog het dal in. De weg eindigt min of meer op een toeristische parkeerplaats. In betere tijden stoppen auto's en touring cars met dagjesmensen daar om een museumpje, uitspanning of een reeks van houten kraampjes te verblijden met hun bezoek en pecunia. De wat actievere en mogelijk gieriger mensen starten daar met meegenomen lunchpakketje een wandeling. Bijvoorbeeld naar het Ötzlsee meertje. Met de auto rijdt je eerst een links een stukje verhard af richtig een boerderij. Voor de boerderij rechtsaf en de weg gaat over in onverhard waarna de slagboom verschijnt. Het slot openmaken bleek een nog te leren handigheidje te zijn. Tjong, als bijrijder rechtsvoor, zou zich daarin nog bekwamen. Net als het voor de auto openhouden van het verderop geplaatste schrikdraad poortje. Zijn eerste ervaring was een schokkende. De onverharde weg loopt eerst wat steiler omhoog dan de beek en daalt weer na het ronden van een heuveltje. Hierdoor zie je het hooggelegen einde van het dal terwijl je naar beneden rijdt. Een aparte gewaarwording en een mooi tafereel. Het is sowieso een mooie omgeving en eigenlijk nog mooier met lage regenwolken en waterdampflarden die blijven hangen tegen de dalwanden.

 

alpenweide schuur
Tegenwoordig een schuur hoog in het dal, vroeger ook bewoning?

 

koeien
De locals houden een oogje in het zeil

 

dal
Je zou bijna vergeten dat je voor het vissen kwam

 

Het te bevissen water was achtereenvolgens het merendeels met bomen omzoomde ovaalvormige Otzelsee meertje, twee gedamde uitgangen die na enkele tientallen meters gekronkel tussen boompjes en keien zich samenvoegden tot een wat rustiger deel met een zandbodem. Dit deel van de beek sloeg linksaf onder de weg(brug) een weiland in waar de beek zich verder doorheen slingerde met af en toe een diepe poel. De beek stroomde hier trager en uiteindelijk rechter tot een volgende brug waar het verval en de stroomsnelheid groter werd. De bodem bestond inmiddels grotendeels uit keien. Dit deel liep tot de eerder genoemde parkeerplaats en werd met enige overdrijving ook wel aangeduid als de "Canyon". Daarna, voorbij de parkeerplaats, liep de beek natuurlijk verder het dal in naar beneden maar via steeds meer genormaliseerde stukken.

 

In vismeters: het meer 100x50m
van meer tot 1e brug 250m
van 1e brug via Weiland tot 2e brug 750m
Van 2e brug via Canyon tot Parkeerplaats 750m

 

Dat waren niet zo heel heel vismeters die we met ons drieën maar ook met een incidentele andere visser hebben gedeeld de eerste 3-4 dagen dat de waterstand hoog was.

 

otzelsee
Otzelsee stroomopwaarts gezien

 

otzelsee
Otzelsee stroomafwaarts gezien

 

otzelsee
Een outlet van het meer onder een bruggetje door

 

otzelsee
De andere outlet van het meer over een dammetje

 

forel
Forel uit het meer maar geen Meerforel

 

forel
Forel in de regen maar geen Regen... ach, laat maar

 

brug
De brug over de beek waarna deze de weide instroomt

 

hoog water
De eerste dagen stond het water hoog

 

hoogwater
Eigenlijk stond de hele Alpenweide onder water

 

sawa
Een Sawa in Zuid-Oost Azië? Nee, hoogwater in de Großarler Ache in Oostenrijk

 

De grootste vissen, Saibling(Beekridder) en Bruine Forel, hadden zich in enkele diepe poelen in het meer verzamelt. Omdat iedere langskomende vliegvisser daar zijn kansen waagt moest de truken- en vliegendoos ver open. Naast variatie van vlieg, nymph, streamer en presentatie leverde ook domweg volhouden toch de nodige vissen op. René was in deze de stugste volhouder en heeft menig mooi gekleurde Saibling op de kant gekregen. Ik geloof wel dat hij daarvoor zo'n beetje de helft van zijn niet onaanzienlijke vliegenverzameling te water heeft gelaten.

 

forel en saibling
Niet allemaal groot, wel allemaal mooi

 

bruine forel
Felle stippen

 

bruine forel
Fletse stippen

 

saibling
Dit is een schilderij toch? Nee dit is echt!

 

In de ondiepere delen van het meertje was het kleinere spul makkelijker te vangen. Met de bomen achter je betekende dat wel goed je achterwaartse worp in de gaten houden. Vroeger was het meer metersdiep maar tegenwoordig is het grotendeels verzand tot slechts enkele decimeters diepte. Een en ander sterk afhankelijk van de waterstand in het meertje dat gevoed wordt door een aantal kleine steile klaterende bergbeekjes.

 

saibling
Saibling uit het vuisje

 

forel
Bruine Forel, slank van bouw en met grote staart

 

Het aanwerpen van kleinere en brutale Saiblings leverde in de beek buiten het meertje leuke taferelen op. Dit omdat ze niet zelden stegen naar de vlieg, twijfelden, afdraaiden en dan toch weer terugkeerden naar de nog steeds doordriftende vlieg om hem alsnog te pakken. Meerdere malen heb ik een Saibling(kje) gevangen dat na 3 keer afkeuren toch doorbeet. Bruine forel werd ook gevangen, wat groter van formaat. Naarmate de regen minderde en de waterstand afnam, werd het vangen lastiger. Het wateroppervlak werd steeds meer als een spiegel zo vlak en het water "Schnapsklar". De stroming werd minder dus de vis had meer tijd om onze vliegen af te keuren. Als het al zo ver kwam want gedekt de vis benaderen en secuur stroomopwaarts aanwerpen werd steeds noodzakelijker. Deze variatie van omstandigheden en het continu aanpassen om te blijven vangen betekende een uitdaging en bood genoeg spanning om ons op een beperkt viswater voor meerdere dagen te vermaken.

 

beek
Het water zakte, en werd helderder

 

beek
Het vissen werd moeilijker

 

beek
De "Canyon", hier stroomde het water snel en lag de bodem vol keien.

 

Op een gegeven moment kwam er meer plaats in het hoofd voor de existentiële vragen. Tijdens het hengelen naar de grotere vissen in de bovenste poel van het meertje was ons gaandeweg opgevallen dat er periodes waren van fanatieke aas activiteit. Wat er gegeten werd was moeilijk te zien maar het moest klein zijn en in golven uit de bovenbeekjes komen. Hoger gelegen moest er dus af en toe iets hatchen.

 

besneewde bergtoppen
Naar mate de wolken verdwenen werden de bergen hoger, we zagen opeens besneeuwde bergtoppen

 

HOGEROP

 

We hadden op kaarten al gezien dat er hoger in de bergen nog een meertje Schödersee moest zijn, maar ons werd verteld dat dat er momenteel niet was. Het bestaan ervan was hoofdzakelijk afhankelijk van smeltwater. Desalniettemin werd het plan gesmeed om het hogerop gelegene te verkennen. Omdat zeker niet uitgesloten kon, nee mocht, worden dat er onderweg danwel bij het beoogde einddoel gevist kon, lees moest, worden deden we dat in waadpak en met visgerei.

 

Park Hohe Tauern
Openlucht museumpje van 1 huis in park Hohe Tauern. begin van de wandeling

 

bergstroompjes
Verschillende bergstroompjes voegen zich samen boven de Ötzlsee

 

wandelaars
Niet het meest gangbare wandelaarstype

 

Ergens wisten we natuurlijk wel dat de vangstkans nihil en de kledingkeuze niet bijzonder handig was. Er liep een fraai wandelpad omhoog en dat leidde langs verschillende bergstroompjes die het Ötzlsee meer voedden. We hebben een klein uurtje gelopen waarbij we vriendelijk enigzins verbaasde wandelaars groetten. We bereikten een steil alpenweitje en het zicht verder vooruit werd geblokt door begroeiing en steile wanden. We besloten, stomend in onze pakken, om een strategische terugtocht in te zetten. Het weitje kon het beste overbrugt worden met bergsteig ijzers danwel langlauf ski's. Dit vanwege de her en der enkeldikke koeievlaaienlaag. Dit was voor mij ook wel doorslaggevend om om te keren, de bergluchten waren adembenemend.

 

bril
"Het trekt hierboven toch weer dicht". Nee, je bril beslaat omdat je zit te stomen in je waadpak.

 

Bergweide
Het ging nog verder maar hier keerden we om

 

Bergweide
Strategisch terugtrekken

 

AFDALEN

 

Later in het hotel vernamen we van een andere vissende gast dat hij succesvol ter hoogte van het hotel een grote Bruine Forel in een poel had gevangen. Het water was daar blijkbaar inmiddels laag genoeg. Er bevindt zich op die hoogte een stuw waarbij water deels wordt weggeleid ten behoeve van elektriciteits-opwekking. Onder die stuw is de beek wat minder een "bak" en vormen grote keien her en der plekken waar forel zich in kan ophouden. Ook zijn er wat grotere poelen, enkele bochten etc. Al met al een stukje van een driekwart kilometer wat de volgende dag het nader onderzoeken waard was. Zeker omdat de forel van die hotelgast een 50-plusser was.

 

Großarler Ache in Hüttschlag
Ter hoogte van Hüttschlag, achter de Tischlerei nog boven de stuw. Het water is lager maar nog troebel

 

oostenrijks huis
Hüttschlag, aan de andere kant van de beek. De buitenwijk zeg maar

 

Maar het viel tegen. Het weer was inmiddels prachtig en er zaten heel mooie plekjes in het stuk maar ondanks dat we met ons drieën als aalscholvers door de beek waren gegaan kregen we niet meer dan vier visjes boven water. We hadden ook niet veel vis gespot, misschien was het te snel te zonnig geworden. Wel hadden Tjong en ik nog geprobeerd een grotere gespotte Forel aan te werpen. Deze had aan de overzijde van de beek een eigen uitvalsbasis gevonden tussen een paar grote keien en in de schaduw. Dit was wel moeilijk aanwerpen a la "Pocket Fishing". Tjong deed het voor. Het moest stroomopwaarts, gebukt en onder zichtdekking van een rotsblok gebeuren. Klein stukje lijn uit de top en met korte polsbeweging de Vlieg op de beoogde startpositie zien te krijgen. Zoveel mogelijk de lijn van het water houden. De drift van de vlieg tussen de twee keien duurde nog geen seconde en kleinere vis steeg naar de vlieg eerder dan de grote die we wilden hebben.

 

pocket fishing
500 meter onder de stuw. Het water is helderder. Aan de overkant in de buitenbocht moet je zijn

 

Na elk een aantal pogingen gaven we het op. Voor dat moment dan. De rest van de middag hebben we weer hogerop in het dal gevist. Terug naar de Ridders van de Großarler Ache

 

Beekridder
Tjong heeft nog een paar fraaie Beekridders op de foto gezet

 

Beekridder
Vergelijk de kop en bek van deze eens met de vorige

 

Beekridder
De een nog mooier dan de andere

 

HERKANSINGEN

 

Op de laatste visdag wilden René en Tjong toch de expeditie naar de Schödersee tot een succesvol einde brengen. Dat zag ik niet zo zitten. Dat we naast het hotel amper gevangen hadden zat me dwars en moest beter kunnen. En ik wist immers nog een knappe vis te liggen. Bovendien wilde ik dat "Pocket Fishing" beter onder de knie krijgen en dat stukje leende zich er goed voor. We spraken af dat ik René en Tjong 's ochtends bij het Otzelmeertje zou afzetten. Zij zouden dan de tocht omhoog weer inzetten. Zelf zou ik dan naar het hotel terugrijden en daar vissen. Later in de middag zouden we elkaar dan weer bij het meertje zien. Bij het hotel kreeg ik de knappe vis kreeg weer niet te pakken. Een misser en een kleinere vis die daarna de vlieg wel pakte gooiden roet in het eten. Ik liet hem maar weer met rust. Voor nu.

 

Een tiental meters verderop bemerkte ik een scherp gevormd driehoekig gat in de rotsen van de oeverwand. Het water stroomde erlangs maar door een keerstroompje werd af en toe vuil en anderzins het gat ingeleid. Ik kon er een stukje inkijken. En daar pakte een grote snuit in het donker iets van het wateroppervlak! Ik zou mijn vlieg wel in het gat kunnen werpen maar dan zou deze hard landen, meteen draggen en ik ook met mijn tippet mogelijk de scherpe wanden raken. Daarom de vlieg iets stroomopwaarts tegen de oeverwand gegooid en afwachten of de keerstroom me te hulp zou schieten. Bij een derde poging lukte dit. De grote klinkhamer draaide een rondje of twee in de draaikolk en wandelde toen rustig het gat en de schaduw in. Nog steeds goed zichtbaar door zijn witte pluim. En weg was ie. De vis hing aan mijn hengel maar kwam niet uit het gat. Even gebeurde er niks, mijn vijfje stond behoorlijk krom maar dat leek niet uit te maken. Toen begon er wat te bewegen in het gat en schuurde mijn tippet langs de wand. Mijn hengel stond weer recht en na te trillen. Net als ik. De haak was weerloos, de vis zou de haak vrijwel meteen lossen, dit vergeet ik niet zo gauw. Ik wist nu twee knappe vissen te liggen naast het hotel in Hutschlag. Naast deze niet gevangen vissen heb ik er die ochtend een stuk of zeven wel gevangen waarvan drie best aardig qua formaat en daarmee was het een prachtige ochtend.

 

bruine forel
Lichtbruine Forel

 

bruine forel
Grijsbruine Forel

 

bruine forel
De mooiste en laatste van de ochtend. Met een zwart streamertje, ga niet zonder op pad

 

WEGWEZEN

 

Prachtig, totdat er geschoten werd. Blijkbaar was er iemand aan het jagen? Hoogstwaarschijnlijk niet op mij want ik werd niet geraakt en hoorde geen kogels langs suizen. Op zijn ergst dus een slechte schutter. Gelukkig. De schoten kwamen qua geluid wel keihard binnen. Het lawaai kwam net achter een heuveltje vandaan aan de overkant van de beek. Een shutter kon ik niet zien en prettig voelde ik me er niet bij. Er werd denk ik gestaag geoefend danwel een buffel langzaam dood geshoten met enkellader en een voordeel verpakking patronen. Hoe dan ook, mijn beleving was een beetje aan diggelen en ik ging terug naar het hotel. Wat later heb ik me naar het basiskamp van de Schödersee expeditie begeven om de leden René en Tjong na hun barre klimtocht op te pikken. Ze hadden een mooie wandeling afgelegd en tot hun verbazing was de Schödersee vrij groot van omvang. Ook had het meer nog een vrij lange beekachtige uitloop. Er was alleen niet al te veel insectenleven te zien.

 

Schödersee
Toch bereikt! De Schödersee

 

schödersee
Schödersee uitloop, deze zou verderop een stuk ondergronds gaan

 

We visten nog wat in en rond het Ötzlsee meertje en namen de mooie omgeving nog eens goed in ons op voor een imprint in de grijze massa.

 

ACHTERGRONDINFO

 

Ridders van de Beek

De Saibling of Beekridder heeft een zeer noordelijke verspreiding en wordt gevonden in meren en rivieren van arctische en subarctische gebieden, zoals Noord Scandinavie, Schotland, Groenland, Spitsbergen, het Hoge Noorden van Rusland (Kola, Nova Zembla, de noordkust van Siberië, de rivieren Ob, Jenisej en Pjasina) Canada en Alaska. Sommige individuen trekken in de zomer naar zee. Gedurende de zes weken dat ze daar blijven groeien ze razendsnel dankzij het overvloedige voedselaanbod. Er is ook een kleinere vorm die in bergmeren in de Alpen leeft: Salvelinus Alpinus Alpinus. Deze laatste vorm is erg variabel in uiterlijk, groeisnelheid en gedrag. Van meer tot meer kunnen er aanzienlijke verschillen zijn.

 

Materiaal

Voor wat betreft het gebruikte materiaal. We hebben teveel verschillende vlieg patronen gebruikt om iets te kunnen zeggen over wat significant beter werkt. Qua droge vlieg hebben Tjong en ik vaak een voorkeur voor de Klinkhamers en Sedges. Goed zichtbaar en blijven langer drijven. Handig bij snelstromend water en kleine visjes die je vlieg onder water trekken. En er kan ook nog een nymph droppertje onder. Mag alleen niet altijd. Als dat niet werkt heb ik nog wel allerlei andere vliegjes bij me die ik kan proberen voor de echte vertwijfeling toeslaat. Leader en tippet samen meestal niet langer dan hengellengte plus een meter of zo. Anders vind ik het te lastig worden. Tippetdikte zo dun als kan zo dik als moet. Grote vliegen als Klinkhamers en Sedges kinken dunne tippets eerder dus te dun is ook frustrerend. Ik begin bijvoorbeeld met 0.15mm/5X en kijk of het werkt. Vaak probeer ik eerst of ik met een 10 voets #2, #3 (French) Nymph hengel uit de voeten kan. Daar zit dan op reel een drijvende lijn, die ik eigenlijk niet gebruik, een tapse French Leader van 9 meter die aan de dunne kant iets van 0.18mm dik is. Dan een "sighter" en een tippet van meestal 0.12mm. Lengte van tippet afhankelijk van de waterdiepte. De omstandigheden ter plaatse leenden zich niet zo goed voor deze type van visserij. In mijn rugzak heb ik dan nog een 6-delige 8 voet #3 of 7-delige 8,6 voet #5 en reel met bijbehorende drijvende lijn. De #3 voor kleinere vis en of wat ruimer water. De #5 voor de gehoopte grotere vissen in krappe omstandigheden en ook voor streamertjes. Ik gebruik ook nog wel andere hengels, meer vanwege mijn G.A.S.(Gear Acquisition Syndrome). René heeft geloof ik met 1 hengel gevist maar wel de grootste variatie aan vliegen aangebonden. Hij heeft de mooiste vissen gevangen op materiaal met zeg maar de meeste ervaring. Dus...

 

Verkennen

We hebben tijdens de eerste regendagen na afloop van het vissen bij de Ötzlsee en voor het avondeten met de auto de beek onder in het dal verkend. Op de kaart kijken, uitstappen, lopen, toe- en ingangen zoeken. Maar het water was hoog en troebel en we vonden geen geschikte stekken op dat moment. We hebben ook met de waard gesproken over het meertje want dat leek duidelijk aan het verzanden. Waarom werd er geen zand uitgehaald om het uit te diepen? Dat bleek nog niet zo makkelijk want het meertje ligt binnen het natuurgebied Hohe Tauern en daar gaan anderen weer over. De waard vertelde, bekende, wat later in de week en ook wat later op de avond aan de borrel... dat een paar jaar geleden er veel sneeuwval was geweest direct gevolgd door veel regen. Dat leidde tot aanzienlijke wateroverlast in het dal en heeft waarschijnlijk ook veel vis weggespoeld. Dit gebeurd natuurlijk wel vaker in die contreien en daarom is de beek ook al 70-80tig jaar belangrijk(er) voor de waterafvoer en vandaar ook zijn vaak euh... functionele vorm.

 

Visbeheer

Er wordt actief aan het visbeheer gewerkt en de forel plant zich ook voort in een aantal zijbeken. Leuk was de anekdote dat er een keer voor 10.000 euro aan kleine Vlagzalmpjes is uitgezet maar dat de Saiblings daar vlug korte metten mee hadden gemaakt. Dat was een dure portie visvoer geweest. Deze ontboezemingen kwamen ook nadat we de waard en zijn zoon al een avondje of zo een beetje treiterend en semi-klantontevreden op een wat magere vistand en het ontbreken van Meerforel hadden gewezen. Redelijkerwijs moesten we eigenlijk aannemen dat die er niet meer kon zijn in het tegenwoordig ondiepe meer. Ja maar, ja maar, waarom wordt ie dan nog genoemd in de folder als te vangen vissoort wees ik triomfantelijk aan! Lichtelijk beschaamd las de zoon de tekst bij mijn vinger. Het waren oudere nieuwe folders, hij zou het met vader opnemen. Ach, gebbetjes. Maar wel om net even wat meer achtergrond info te krijgen.

We hebben met Franz wel een behoorlijk verschil van mening gehad over wat er zich in zijn beek afspeelde. En het is maar de vraag of we nader tot elkaar zijn gekomen ondanks later nagestuurde E-Mails. René werd rijdens het vissen in de Weide onder het meertje verrast. Plots, uit het niets, kwam onder water een mini-onderzeeërtje langs gezwommen. Zelfs de Forellen en de Saiblingen kwamen verrast kijken, zij het instinctief(?) op veilige afstand. Het zwom behendig en soepel naar de overkant en verdween in de oeverwand. Een vogel was het geweest, maar welke? De vogelaar in René was ontwaakt. Had Franz een idee? "Ente" zei Franz. Nee, dat kon niet zijn. De gemiddelde visser, en een bovengemiddelde als René zeker, weet wel hoe een eend onder water zwemt. Volgens hem was het Fuut-achtig, maar kleiner met kortere nek en snavel. Franz was niet overtuigd, een eend moest het zijn. René heeft na thuiskomst nog een mail met informatie en youtube links over de Tachybaptus ruficollis opgestuurd. Of Franz toen wilde accepteren dat er een Dodaars in zijn beek zwom weet ik niet. Misschien zat ik niet meer in de CC van zijn reply.

 

Indruk

Overigens was de service, accommodatie en gastronomie prima. Dat moet wel gezegd worden, wat men in eigen hand heeft, en dat is niet de natuur, is goed geregeld. Als je op Youtube goed zoekt kun je wat oudere filmpjes vinden van mensen die in de beek op verschillende plekken hele aardige forellen vangen. Misschien kan dat binnenkort weer bij een herstelde visstand en of betere omstandigheden.

 

Terug?

Ik denk in de diepe poel van het meertje een paar keer een grote donkere schaduw te hebben zien bewegen. Kort onder de inlet, het schuim en de bubbels. Waar het wateroppervlak continu ondoorzichtig is. Toch Meerforel? Misschien weet ik wel 3 knappe vissen te liggen in de Großarler Ache. Maar of dat genoeg is voor een volgend bezoek? Over een paar jaar? Dit bezoek was in ieder geval de moeite waard.

 

Informatie

A&M

Landhotel Almroesl

Foto's bij artikel van René, Tjong en Mischa, text van Mischa

Google Maps