Vliegvissen 2010

Dit artikel verscheen eerder in Vissen, het blad van de AHV, geschreven door een van de leden van VVC de Meivlieg.

Vliegvissen, door vliegvissers zelf wel eens “de leukste manier om weinig vis te vangen” genoemd.

De laatste 10 jaar ben ik geleidelijk van een reguliere visser een VLIEGVISSER geworden. En omdat ik sinds1963 lid ben van de AHV en er al decennia lang een clubblad bij mij op de mat valt, viel het me op dat vliegvissen maar weinig aan bod komt. Prima kun je dan denken, maar zo zit ik niet in elkaar. Immers enthousiasme wil je delen, in dit geval met al die andere niet vliegvissers van de HVA. Daarom ben ik blij dat VISSEN mij deze ruimte biedt om wat van mijn ervaringen met het vliegvissen en mijn vliegvisclub met jullie te delen.

(Vlieg)vissen

De meesten van jullie herkennen wel de onbekendheid van de eigen omgeving met het vissen. Zo lang ik vis valt mij regelmatig de minder begrijpende blik op van mijn vrienden, kennissen en collega's, en helaas ook die van mijn partner als mijn hobby ter sprake komt. “Vissen, vind je dat dan leuk, de hele dag op zo'n stoeltje met zo'n hengel langs de waterkant?” In het begin deed ik nog wel m'n best het uit te leggen, maar niet met veel succes. Dus doe ik dat nu minder, behalve natuurlijk wanneer er ‘echte’ belangstelling is. Bij het vliegvissen wordt uitleg geven nog wat lastiger. Dat heen en weer zwiepen met zo'n hengel en die dikke lijn die in de lucht moet worden gehouden leidt regelmatig tot nieuwsgierigheid en vragen van passanten. Uiteraard leg ik graag uit wat ik aan het doen ben. Namelijk dat die dikke lijn (vliegenlijn) eigenlijk je werpgewicht is en noodzakelijk om die mooie en steeds langer wordende lus (tot 20-25 meter) in de lucht te kunnen maken. En dat pas aan het eind van die dikke lijn een stuk nylon (leader) wordt bevestigd met daaraan een vlieg vastgemaakt. Die bovendien eigenlijk geen echte vlieg is!

Voor wat betreft het algemene beeld van de hengelaar op dat stoeltje langs de waterkant en maar turen naar een dobber, daar voldoe ik maar beperkt aan. Als vliegvisser ben ik meer onderweg en altijd op zoek naar de vis. Dat kan lopend, eventueel met behulp van de fiets of varend met een bootje. Vliegvissers maken ook wel gebruik van een bellyboat (= buikboot), een soort opblaasband in U vorm waar je met een waadpak in kunt zitten en waarmee je je zelf voort stuwt met flippers! Voor dat ik me daarmee durfde te vertonen ('t ziet er echt raar uit) heb ik eerst nog eens goed in de spiegel gekeken. Maar inmiddels kan ik zeggen dat die hobbel genomen is en vind ik het onder bepaalde omstandigheden een heel goed en plezierig hulpmiddel.

Ik vermoed dat vliegvissen heel interessant kan zijn voor vissers die zich herkennen in het door mij geschetste beeld van “de actieve visser”, door mij wel getypeerd als “de reiger”! Niets ten nadele natuurlijk van alle andere beoefenaren van onze hobby, maar vliegvissen doe je nu eenmaal niet vanuit een bivy of met behulp van een visstoeltje of zitmand. Overigens, op mijn vliegvisclub de Meivlieg zitten ook een aantal vissers die vroeger behoorden tot de in mijn ogen minder actieve vissers, maar inmiddels zijn zij ook zeer enthousiaste vliegvissers geworden. Sommigen doen niets anders meer, anderen combineren het nog gewoon met hun andere vismethoden. Voor vliegvissen hoef je overigens geen topconditie te bezitten of super vitaal te zijn. Je kunt het tot op hoge leeftijd blijven doen en omdat je behoorlijk in beweging bent denk ik wel dat het prima voor lijf en leden is.

Mijn persoonlijke verhaal met het vliegvissen

Dat stamt alweer uit 1964. Ik was 14 jaar en twee van mijn wat oudere vrienden kochten een mooi vliegvissetje bij de Jan Schreiner in Amsterdam. Uiteraard was ik nieuwsgierig en zo maakte ik weldra m'n eerste zwiepbewegingen, toen nog met hun vliegenhengel. Ik vond het zo uitdagend dat ik een paar jaar later zelf een Fair Play vliegenhengeltje bij Schreiner kocht inclusief lijn en reel en natuurlijk een paar droge vliegen. Zomers bij mooi weer visten we met de drijvende vlieg in de polders rondom Amsterdam, of op de Wijde Blick bij Kortenhoef. Eigenlijk is er niets mooiers dan een droge vlieg die van het oppervlak wordt genomen door welke vissoort dan ook. Ook op vakanties naar Frankrijk, Luxemburg of Noorwegen ging de vliegenlat vaak mee. Maar pas eind jaren '90 ben ik me wat meer gaan toeleggen op het vliegvissen in het bijzonder. Behalve wat dagtripjes in Nederland ging ik met vrienden ook wel eens een lang weekend naar de Ardennen of een weekje naar Denemarken, waar we in riviertjes voornamelijk op forel en vlagzalm visten. Wat later, rond 2003, werden we enthousiast gemaakt voor het vliegvissen op zeeforel in de Oostzee bij Denemarken. Om deze vissen te vangen moet je wel een stapje maken op de vliegvisladder. Denk aan een zwaardere hengel en dito lijn, andere vliegen (garnaalimitatie) maar ook een waadpak en waadschoenen horen erbij, omdat je regelmatig tot aan je middel in het water staat.



Mijn vismaat Jan werd in die tijd lid van vliegvisclub de Meivlieg in Badhoevedorp en ik kan wel zeggen dat sindsdien zijn kennis van het vliegvissen met sprongen vooruit is gegaan. Aanvankelijk liftte ik wat mee op zijn nieuwe inzichten, maar voor mij wel de reden om in 2007 zelf lid geworden en inmiddels kan ik nu m'n eigen vliegen binden. Dat is geen noodzaak overigens want je kunt ze ook gewoon kopen. Ik weet nu wel hoe geinig ik zelf binden vind en er is uiteraard niets zo leuk om vis vangen op zelf gebonden vliegen.

Tegenwoordig ben ik dus voornamenlijk actief met vliegvissen. Best wel regelmatig eigenlijk, zeker één keer per week, maar sinds ik niet meer werk nog wel vaker. Mijn stekken zijn in Amstelveen, de polders rondom Amsterdam, het Twiske, de Holendrecht, de Wijde Blick, maar ook het Markermeer en op IJburg. Een grote passie van de laatste jaren (mei t/m september) betreft het vliegvissen op de grote rivieren, de Lek en de Waal. De natuur langs de uiterwaarden is prachtig, je komt er bijna niemand tegen en je kunt er fantastisch waden in het heldere water tussen de kribben. Het vissen in stromend water heeft voor mij een extra dimensie en ik vang er grote windes tot wel 55 cm en ook hele grote brasem. Super spannend wordt het als grote roofbleien gaan jagen op speldaas. Deze nog relatief nieuwe vis voor Nederland komt steeds meer voor, ook in de rivieren en is een geduchte tegenstander indien gehaakt. Overigens vang je met de vliegenhengel op de rivier geen grote aantallen, als ik 3 of 4 mooie vissen op een middag vang ben ik dik tevreden. Leuke wetenschap is dat er door de verbeterde waterkwaliteit ook steeds meer vissoorten bijkomen, zoals de barbeel, de sneep en de meerval. En ook de zalm en de zeeforel komen weer vaker voorbij, misschien moet ik er maar eens gericht op gaan vissen!

Viste ik vroeger alleen in de zomer met de droge vlieg op (ruis)voorn, door het gebruik van onderwatervliegen, vooral nimfen en streamers kan er nu het hele jaar goed gevist worden met de vliegenhengel. Ook roofvissen zijn goed te verleiden met de grotere vliegen, voor baars en roofblei streamers van 3 tot 6 cm en voor snoek of snoekbaars tot wel 10 tot 15 cm. Overigens met die hele grote streamers wordt het typische gooien met de vliegenhengel wel wat lastiger, af en toe lijkt het of je een halve kip in de lucht moet houden! Een wat zwaardere lijn/hengel combinatie biedt dan uitkomst. In tegenstelling tot de dressuur die er bij pluggen en spinners is ontstaan, is de snoek nog relatief eenvoudig te verleiden met een streamer. En omdat deze licht zijn kun je ze op allerlei manieren binnen vissen, bijvoorbeeld tergend langzaam tot vlak onder het oppervlak. Iedere keer dat er een snoek zichtbaar boven op knalt schiet de adrenaline door je lijf. Ook heel leuk is het popperen op baars, maar baars en snoekbaars kun je ook goed vangen op grotere diepte. Je gebruikt dan een vliegenlijn die niet blijft drijven en daarom zinklijn heet, waardoor je sneller op een behoorlijke diepte kunt komen. Overigens vissen de meeste vliegvissers weerhaakloos en niet met dreggen. Daardoor mis je wel eens een mooie vis, maar dat weegt niet op tegen het probleemloos en zo onbeschadigd mogelijk terugzetten van gevangen vis.

Tot slot, we vissen in de koude maanden van het jaar ook heel frequent (niet voor niets!!) met nimfen op blankvoorn. In grachten en in havens (ook die van het Markermeer) verzamelen zich grote scholen voorn en winde die met de vliegenhengel soms zeer goed te vangen zijn.

Vliegvisclub

Zoals gezegd ben ik nog niet zo lang lid van vliegvisclub de Meivlieg (www.meivlieg.nl) te Badhoevedorp. Eigenlijk ben ik niet zo'n clubmens en zelf vliegen/streamers binden leek me een enorm gedoe. Nu ruim twee jaar later moet ik bekennen dat ik me met deze aanname enorm tekort heb gedaan. Mijn vooroordeel met betrekking tot zelf binden van vliegen slaat nergens op. Stap voor stap, onder begeleiding van ervaren binders, zijn de basics van het vliegbinden (voor de gein ook wel eens het stofferen van de haak genoemd) me in beginnerscursussen bijgebracht. En het enige wat je er in eerste instantie voor nodig hebt is een goed humeur en wat basis gereedschap. Denk hierbij een klem (vice) waar de haak in wordt gezet, een klosjeshouder voor het binddraad (bobbinholder), wat binddraad en een schaartje. Benodigde haken en bindmateriaal worden op de clubavonden ter beschikking gesteld en voor een lidmaatschap van 55,- ben je (als je dat wilt) een heel jaar onder de pannen op dinsdagavonden tussen 19.45 en 22.15 uur. Van oktober t/m april ligt het accent op binden en thema-avonden, zomers is er minder activiteit, de meesten gaan of zijn op vakantie of gaan 's avonds lekker vissen. Maar de club is wel open en je kunt werples krijgen en/of aan je techniek schaven, elkaars hengels uittesten, algemeen advies krijgen en uiteraard sterke verhalen uitwisselen. Ook organiseert de Meivlieg meestal 2 keer per jaar een visdag ergens in Nederland. Daarnaast zijn er een aantal leden met buitenland ervaring, zowel in Europa als daarbuiten, zoals in Amerika, Canada en Alaska. Ieder jaar zijn er wel trips die kant op, soms georganiseerd door eigen leden waar je als clublid op kunt intekenen. Zelf heb ik dat nog niet gedaan, maar het avontuur trekt wel! Dat ik er inmiddels door deze club een paar goede visvrienden heb bij gekregen vind ik een prettige bijkomstigheid.

Kennis maken

Ik hoop dat mijn artikel wat meer inzicht geeft in het vliegvissen. En dat het bij sommigen de nieuwsgierigheid prikkelt of net dat zetje geeft om het nu zelf ook te overwegen. Er zijn een aantal gespecialiseerde hengelsportzaken in Amsterdam e.o. die je daarbij prima op weg kunnen helpen. Daarnaast heb ik de mogelijkheden die een vliegvisclub biedt hier toegelicht. Voor belangstellenden organiseren de AHV en VVC de Meivlieg twee open avonden. De eerste avond op 4 februari 2010 ben je welkom in het nieuwe AHV-clubhuis aan de Beethovenstraat en de tweede avond op 9 februari in het clubhuis van de Meivlieg te Badhoevedorp. De avonden beginnen om 19:45 en duren tot 22:00 uur. Heb je interesse dan kun je dit kenbaar maken aan het AHV kantoor (020 6264988) of stuur een email via deze site (klik op contact in het menu).

Misschien tot ziens en tight lines,

Tom Neumeier

Google Maps